Westnijlvirus bij paarden
Sinds begin augustus 2026 is bij meerdere paarden in Nederland het Westnijlvirus vastgesteld, onder andere in de omgeving van Zuid-Holland en in de buurt van Nijmegen. Het Westnijlvirus komt al langere tijd voor in Zuid- en Oost-Europa en wordt tegenwoordig ook steeds vaker in onze regio aangetroffen. Naar verwachting zal het virus zich in de toekomst verder verspreiden, ook steeds meer richting het noorden.
Voorkomen
Het Westnijlvirus wordt verspreid via muggen. Trekvogels kunnen het virus bij zich dragen. Wanneer een mug een besmette vogel prikt, kan de mug geïnfecteerd raken en het virus vervolgens overbrengen op een paard, ezel of mens.
Paarden en mensen kunnen het virus niet onderling doorgeven. Besmetting van paard op paard of van paard op mens is dus niet mogelijk.
Symptomen
De meeste paarden die met het Westnijlvirus worden geïnfecteerd, worden niet of nauwelijks ziek. Een deel van de paarden ontwikkelt milde klachten, zoals koorts, sloomheid of lichte koliek.
Bij een kleiner deel kunnen de klachten ernstiger worden en ontstaan neurologische verschijnselen, zoals spiertrillingen, coördinatieproblemen (ataxie) en gedragsveranderingen. Gemiddeld zien we neurologische klachten bij ongeveer 10% van de geïnfecteerde paarden. In uitzonderlijke gevallen zijn de klachten zo ernstig dat het paard overlijdt of geëuthanaseerd moet worden (1-2%).
Gelukkig herstellen de meeste paarden uiteindelijk, ook met neurologische klachten. Wel kunnen er restverschijnselen blijven bestaan. Zo blijft naar schatting 20 tot 30% van de paarden die zenuwklachten hebben gehad na herstel last houden van coördinatieproblemen en/of spiertrillingen.
Vaccinatie en preventie
Er is een vaccin tegen het Westnijlvirus beschikbaar voor paarden. De basisvaccinatie bestaat uit twee entingen, waarna de vaccinatie jaarlijks kan worden herhaald. Enkele weken na de basisvaccinatie zijn de dieren in regel beschermd tegen ernstige ziekteverschijnselen.
Bij voorkeur wordt de vaccinatie tijdig vóór het muggenseizoen gegeven, bijvoorbeeld in het voorjaar (april/mei). Zo zijn paarden tijdens de periode waarin muggen het meest actief zijn (augustus/september), goed beschermd.
Ook muggenwerende maatregelen kunnen helpen om het besmettingsrisico te verlagen. Denk hierbij aan:
- het gebruik van muggenwerende sprays en dekens;
- paarden tijdens de schemeruren, wanneer muggen actief zijn, zoveel mogelijk binnenhouden;
- stilstaand water rondom de stal en weide zoveel mogelijk verwijderen of voorkomen.
Vragen?
Heb je vragen over het Westnijlvirus, de preventie of vaccinatie van jouw paard?
Bel ons tijdens het telefonisch spreekuur van maandag t/m vrijdag van 08:00 tot 09:00 uur.


