Jacobskruiskruid
Jacobskruiskruid
Jacobskruiskruid groeit weer hard in Nederland en kan een bedreiging zijn voor uw dieren, met name paarden en runderen. Het regelmatig eten van Jacobskruiskruid kan de lever zodanig beschadigen, dat deze niet meer optimaal kan functioneren. Dit heeft de verschijnselen van een leverziekte tot gevolg en kan uiteindelijk zelfs tot de dood leiden.
Gevaar
Zolang de plant groeit en bloeit is er voor paarden, koeien, geiten en schapen weinig risico. Jacobskruiskruid smaakt bitter en wordt normaal gesproken niet gegeten (tenzij er erg weinig grasaanbod is).
Jacobskruiskruid is zeer gevaarlijk wanneer het wordt ingekuild of gehooid. De plant verliest na het maaien haar typerende geur, kleur en smaak, waardoor paarden de plant niet meer als giftig herkennen. Na het maaien blijft het gif werken. Graseters eten op stal hun dagelijkse hooirantsoen en krijgen de giftige stoffen binnen. Het gifpercentage is net voor de bloei het hoogst.
Een vergiftiging door Jacobskruiskruid verloopt heel geleidelijk en er is geen therapie voor. De lever zal uiteindelijk niet meer functioneren.
Jacobskruiskruid herkennenOm Jacobskruiskruid in de voeding van runderen en paarden te voorkomen is het belangrijk om de plant te herkennen en te onderscheiden van andere geelbloeiende planten.
Jacobskruiskruid bestrijden
Als Jacobskruiskruid zich eenmaal heeft gevestigd in een paardenweide, is het vaak moeilijk om de plant te bestrijden. Jacobskruiskruid vermeerdert zich razendsnel en heeft weinig natuurlijke vijanden. Om vergiftigingen te voorkomen, is het zaak om Jacobskruiskruid gericht te bestrijden: direct wanneer de plant zich aandient. Meteen bestrijden voorkomt ook dat de zaden zich kunnen verspreiden. Van groot belang is dat de plant niet in bloei komt, want de zaadjes die daarna ontstaan zijn jarenlang kiemkrachtig en waaien metersver weg.
Bestrijdingsmiddelen
Omdat Jacobskruiskruid sterk ontwikkelde wortels heeft, duurt het bij volwassen planten een flinke tijd voordat het bestrijdingsmiddel de kiern van de wortels bereikt heeft en hun werk kunnen gaan doen. Chemisch bestrijden zal een beter effect hebben als de plantjes nog heel jong zijn (in het voorjaar). Let bij chemische bestrijding vooral ook op de kleine rozetten die anders het jaar daarop uitgroeien tot bloeiende planten. Bestrijdingsmiddelen slaan het beste aan als de plant groeit. Het is daarom af te raden om bestrijdingsmiddelen te gebruiken bij droogte of extreem hoge of lage temperaturen. Onder deze omstandigheden groeit de plant een stuk langzamer en werkt het middel minder. Doodgespoten plantjes van Jacobskruiskruid moeten echter nog steeds worden verwijderd omdat ze voor dieren en mensen levensgevaarlijk blijven.
Handmatig
Het handmatig verwijderen van Jacobskruiskruid is een vrij effectieve methode, voornamelijk op plekken waar Jacobskruiskruid in geringe bedekkingen voorkomt.
Belangrijk is dat de planten met de hele wortel worden uitgestoken, het liefst voordat Jacobskruiskruid in bloei staat in mei/juni. Als u Jacobskruiskruid handmatig gaat verwijderen, is het verstandig om handschoenen te dragen.
Als Jacobskruiskruid niet in zijn geheel uit de grond getrokken wordt, kunnen nieuwe planten uit achtergebleven wortelresten ontstaan. Handmatig verwijderen is daarom over het algemeen alleen effectief bij zaailingen en rozetten. Doordat het wortelstelsel nog niet zo sterk ontwikkeld is, kunnen alle wortels gemakkelijker verwijderd worden.
Bewaar uitgetrokken planten in dichte zakken, emmers of verbrand ze. Bloeiende planten zetten zelfs nog zaad als zij met wortel en al uitgetrokken zijn. Controleer de geschoonde plekken regelmatig op nieuwe rozetten.
Maaien
Maaien is niet geschikt om Jacobskruiskruid te bestrijden. De planten reageert door in korte tijd nieuwe bloeistengels te vormen en extra veel zaad te produceren. Zeer frequent maaien leidt bovendien tot vegetatieve verspreiding en planten met een sterke houtige wortel.
Het bestrijden van Jacobskruiskruid is dus niet gemakkelijk. Vaak zullen de hierboven beschreven bestrijdingsmethoden niet afdoende zijn. In zulke gevallen kan omploegen en opnieuw inzaaien een oplossing zijn.

