Nieuwsbrieven

 

 

Nieuwsbrief januari 2012

 

Puppy-avond

 

Nieuwsbrief Zomer 2011

  

 

 Indien u niet over Flash beschikt download de nieuwsbrief dan hier om deze als pfd-file te downloaden.

 

 

 

 .

Geachte cliënt,
Sinds 1 juli 2010 is de nieuwe fusiepraktijk Diergeneeskundig Centrum Zuid-Oost Drenthe actief. Er is door het team met veel enthousiasme gewerkt aan het samensmelten van de oorspronkelijke praktijken. Tijd om u als cliënt te informeren middels deze brief.
 
  1. Openingstijden van de praktijk.
De openingstijden van de locaties in Coevorden en Sleen zijn van maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 19.00 uur. Buiten deze tijden, dus ook op zaterdagmorgen, zijn wij bereikbaar via de dienstlijn. U kunt daarvoor de praktijknummers van Coevorden (0524 – 513694), Nieuw-Amsterdam (0591- 551820) of Sleen (0591 – 361368) bellen. Als u volgens de gesproken instructie “1” intoetst dan krijgt u de dienstdoende dierenarts voor gezelschapsdieren aan de telefoon. We doen er alles aan om voor u goed bereikbaar te zijn, maar het kan voorkomen dat de techniek ons in de steek laat. Als u onverhoopt geen contact met de dienstlijn krijgt nadat u het eigen praktijknummer ingetoetst hebt probeer dan één van de andere praktijknummers.
 
  1. Diergeneesmiddelen nodig buiten de openingstijden van de praktijk.
Hou er zo veel mogelijk rekening mee om tijdig voeders of diergeneesmiddelen (herhalingsrecepten) te bestellen. Als u toch buiten de openingstijden van de praktijklocaties, ’s avonds of in het weekeinde, diergeneesmiddelen nodig hebt dan worden deze in overleg met u klaargezet op één van de locaties. Houd wel rekening met extra kosten.
 
  1. Website.
Sinds 1 juli is de website van het nieuwe Diergeneeskundig Centrum Zuid-Oost Drenthe in de lucht met actueel nieuws per diersoort en uit de praktijk. Kijk eens op www.zod.nl.
 
  1. Vragen:
Als u naar aanleiding van deze brief vragen of opmerkingen hebt, neem dan contact op met één van onze dierenartsen of mail naar info@zod.nl.
 
Met vriendelijke groet,
De dierenartsen en assistentes.

 

Zout als braakmiddel: Niet zonder gevaar!

Keukenzout wordt regelmatig gebruikt om dieren te laten braken wanneer er een verkeerd voorwerp
of ongewenste stof is opgenomen.

Ook bij het zoeken op internet wordt zout vaak als eerste hulp actie genoemd om het dier te laten braken.
Maar dit is helaas niet altijd zonder gevaar. Je kunt teveel geven en zelfs een zoutvergiftiging veroorzaken.

Wat doet keukenzout met het lichaam ?

Keukenzout is een kristal bestaande uit natrium en chloride. Het zout is irriterend voor de slijmvliezen en
veroorzaakt braakverschijnselen wanneer het wordt toegediend achter in de bek.Wanneer het echter in grote
hoeveelheden wordt doorgeslikt, kan het braken en diarree met eventueel zelfs bloedingen in het
maagdarmkanaal tot gevolg hebben door irritatie van de maag-darmslijmvliezen.

Het grootste probleem wordt echter veroorzaakt als het via de darmen opgenomen wordt in het bloed.

Het lichaamsvocht en alle lichaamscellen bevatten natrium en chloride in bepaalde verhoudingen.
Wanneer er ineens een grote hoeveelheid natrium in het bloed komt, wordt het vocht uit de weefsels/cellen
onttrokken.
Daarbij raken de bloedvaten overvuld en een overmaat aan vocht kan in de longen weer uittreden en
longoedeem geven. Tevens geeft het onttrekken van vocht uit de hersencellen neurologische klachten,

zoals rusteloosheid, sufheid, spiertrekkingen, toevallen en koorts.
Andere symptomen zijn veel drinken en veel plassen, versnelde ademhaling, versnelde hartslag en

hartritmestoornissen.
Uiteindelijk kan het dier in coma raken en overlijden.


Hoeveel is gevaarlijk ?

Ongeveer 1.9 gram zout per kilogram lichaamsgewicht kan toxische (=giftige) effecten geven.

Vanaf 3.7 gram zout per kilogram lichaamsgewicht kan dodelijk zijn.
In een eetlepel gaat ongeveer 15 tot 25 gram zout. Voor een klein hondje kan een eetlepel zout dus al

dodelijk zijn.

Conclusie: Gebruik GEEN keukenzout om uw hond te laten braken.

Wanneer uw dier een vreemd voorwerp of een ongewenste stof heeft opgenomen, neem dan contact op
met uw dierenartsenpraktijk, daar zijn andere, veiligere middelen beschikbaar om uw dier te laten braken.

 

KNMVD-standpunt: Neutralisatie van pups en kittens op zeer jonge leeftijd.

In de Verenigde Staten worden pups en kittens soms geneutraliseerd (gecastreerd) op zeer jonge leeftijd van 6-8 weken. Ook in Nederland wordt dit op jonge leeftijd uitgevoerd.
Wat zijn hier de voor- en nadelen van? De Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde neemt een duidelijk standpunt in en zet de voors & tegens op een rij.

Voor:
- Katten: minder risico op melkkliertumoren (voor het eerste levensjaar geneutraliseerd).
- Katten: weinig nadelige langetermijneffecten op gezondheid en gedrag. Gedrag zelfs positieve effecten m.b.t.
agressie en seksueel- en territoriaal gedrag. (voor leeftijd van 5.5 maanden)
- Honden: obesitas lijkt minder voor te komen (op zeer jonge leeftijd).
- Honden: minder last van angstplassen, vluchtgedrag en verlatingsangst (op zeer jonge leeftijd).

Tegen:
- Teven: toenemende kans op vaginitis, blaasontsteking en urine-incontinentie (op zeer jonge leeftijd)
- Honden: aanwijzing voor toename van heupdysplasie (op zeer jonge leeftijd)
- Honden: meer angsten voor geluid (op zeer jonge leeftijd)
- Reuen: meer risico op prostaattumoren dan niet-geneutraliseerde dieren

Belangrijk in dit geheel is dat de dierenarts kritisch blijft ten aanzien van het nut en de noodzaak van neutralisatie. Het uitgangspunt blijft namelijk het respect voor de intrinsieke waarde van het dier en daarmee het beperken van het aantal (noodzakelijke) ingrepen. Bijvoorbeeld bij zwerfkattenpopulaties is het neutraliseren op zeer jonge leeftijd prima aangezien dan het doel (het terugdringen van de populaties) zwaarder weegt dan de mogelijke risico's die aan vroege neutralisatie verbonden zijn. Uiteraard zal de dierenarts daarbij de nodige (voorzorg)maatregelen moeten nemen om de risico's zoveel mogelijk te beperken.
Het neutraliseren van katten voor de eerste krolsheid draagt ook bij aan het beperken van het zwerfkattenprobleem. Het advies is om bij deze categorie katten met neutraliseren te wachten tot na de vaccinaties, d.w.z. rond de leeftijd van 4-6 maanden.

Kortom: Er is geen zwaarwegend argument waarom neutralisatie bij teven niet kan worden uitgesteld tot na de eerste loopsheid en bij katten tot een leeftijd van 4-6 maanden. Vanwege het anesthesierisico en mogelijke postoperatieve gezondheidsproblemen op de langere termijn bij vooral honden heeft dat de voorkeur boven neutralisatie op eerdere leeftijd.

Economisch belang: Fokkers van bijzondere honden- en kattenrassen hebben er soms financieel belang bij het aanbod van pups en kittens beperkt te houden. Als het hier alleen zou gaan om het neutraliseren van dieren met erfelijke aandoeningen, zou neutralisatie in het belang van de nakomelingen van die dieren (en het ras) gerechtvaardigd kunnen zijn. In de praktijk blijkt het hier vaak niet om te gaan, maar gaat het om het economisch belang. Vanwege de intentie achter de ingreep (economisch belang van de fokker) en de risico's, is neutralisatie op zeer jonge leeftijd in dit geval niet acceptabel.

Conclusie KNMVD - standpunt:
- Neutralisatie op zeer jonge leeftijd (6-8 weken) van pups en kittens in de fokkerij op grond van
economische motieven wordt afgewezen.
- Het neutraliseren van kittens op zeer jonge leeftijd (6-8 weken) is aanvaardbaar bij zwerfkatten en
asielkatten om het kattenoverschot in te perken.
- Bij huiskatten is het advies met neutraliseren te wachten tot na de vaccinaties, d.w.z. rond de leeftijd
van 4-6 maanden.
- Neutralisatie wordt bij teven bij voorkeur uitgesteld tot na de eerste loopsheid.


Bron: Tijdschrift voor diergeneeskunde, deel 134, aflevering 14-15, 15 juli/1augustus 2009 Commissie Ethiek


Het MDR1 gen.

Er heerst nogal wat onduidelijkheid over, of Collies, Bobtails, Shelties en andere risico rassen
wel alle diergeneesmiddelen probleemloos toegediend kunnen krijgen.
Als dierenartsen krijgen wij dan ook regelmatig ongeruste eigenaren van een Collie
(of ander ras, zie lijst op de verderop genoemde site) met een artikel onder de arm over het
MDR1-gen.

De oorzaak voor deze onrust is een mogelijke afwijking in het MDR1 gen dat een belangrijke
beschermende functie heeft in het lichaam, en ervoor zorgt dat vele geneesmiddelen kwetsbare
weefsels als de hersenen niet bereiken. Is dit gen veranderd en functioneert het niet (gendefect),
dan kan dit tot een overgevoeligheid van de hond leiden voor een aantal geneesmiddelen.
Het meest bekende voorbeeld van zo’n geneesmiddel is ivermectine, dat m.n. bij paarden
veelvuldig wordt toegepast als wormmiddel. Indien een hond met dit gendefect ivermectine krijgt
toegediend, kan deze ernstig ziek worden. Een ander bekend middel is loperamide (tegen diaree)
wat zowel voor mensen als honden kan worden gebruikt. Wordt loperamide toegediend aan
honden met dit MDR1 gendefect, dan kan deze heel suf worden en soms raar (dronken) gedrag
vertonen, maar herstelt na verloop van tijd wel.


Hieronder enkele punten die voor u als hondeneigenaar van belang zijn:

1. ALLÉÉN honden van betreffende onderzochte rassen kunnen (maar hoeven niet)een
DEFECT hebben in het MDR1-gen. Bij andere rassen is dit tot nu toe niet gevonden.
2. Niet alle dieren van deze rassen hebben een beschadigd gen, dus er zijn veel honden van
deze rassen die geen enkel probleem ondervinden.
3. Individuele honden die een afwijking hebben in dit MDR1-gen zijn gevoelig voor enkele
geneesmiddelen (niet voor alle diergeneesmiddelen).
Uw dierenarts zal hiermee rekening houden.


4. Indien u zeker wilt weten of uw hond tot deze risicogroep hoort, kan uw dierenarts bloed
afnemen en insturen voor onderzoek. Een bloedmonster voldoet prima, want ook in de witte
bloedcellen zit het MDR-gen. Ook cellen afkomstig uit de bek kunnen worden onderzocht.
Voor testmogelijkheden zie verderop in dit artikel.

5. Deze test wordt ook aangeraden voor hondeneigenaren waarvan hun hond paardenmest eet
(bijvoorbeeld als de hond meegaat naar de manege). Aangezien de meeste paarden worden
ontwormd met ivermectine-houdende wormmiddelen, kan de hond ongewenst invermectine
opnemen met eten van de mest.

 

Lijst van rassen waarvan bekend is dat er individuen het MDR1-gen hebben.
(bron: vetmed.wsu.edu/depts-VCPL)


Breeds affected by the MDR1 mutation (frequency %)

reed

Approximate Frequency

Australian Shepherd

50%

Australian Shepherd, Mini

50%

Border Collie

< 5%

Collie

70 %

English Shepherd

15 %

German Shepherd

10 %

Herding Breed Cross

10 %

Long-haired Whippet

65 %

McNab

30 %

Mixed Breed

5 %

Old English Sheepdog

5 %

Shetland Sheepdog

15 %

Silken Windhound

30 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pyrenese berghonden ? %
(aanvulling door prof. J. Fink-Gremmels, 20 oktober 2009)


Testmogelijkheden:

1.Een afspraak maken bij de dierenarts voor bloedafname. U dient zelf het inzendformulier
voor het laboratorium te downloaden en uit te printen via
www.transmit.de/zentren/download/Auftragsformular_Transmit.pdf
en ingevuld mee te nemen. Bij het Diergeneeskundig Centrum Zuid-Oost Drenthe doen wij dan de chipcontrole van de hond
en formulier, de bloedafname en verzending (volgens speciale eisen). Het laboratorium stuurt
u de rekening en uitslag van de test toe.

2. Via de site van Washington University www.vetmed.wsu.edu/depts-VCPL kunt u zelf een testkit
aanvragen en alles zonder tussenkomst van dierenarts regelen.

Overige informatie kunt u nalezen op http://www.vetmed.uni-giessen.de/pharmtox/mdr1_defekt.html

Dit artikel is mede tot stand gekomen met medewerking van Prof. Dr. J. Fink-Gremmels, Faculteit
Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht, afdeling Veterinaire Farmacologie, Farmacie en Toxicologie.
Hiervoor danken wij haar.